Skip to main content

Samen met mijn dochter (toen 8 jaar) keek ik naar het jeugdjournaal. Plotseling zegt ze: “Kijk mam, die mevrouw lijkt op mij!” doelend op de vrouw die het Jeugdjournaal presenteert. “Kan ik dat later ook worden?”

Inmiddels is mijn dochter 15 en droomt ze ervan oncoloog te worden. Ze wil bijdragen aan de zorg en het herstel van mensen met dezelfde ziekte waaraan haar opa is overleden. Maar als ik naar artsen in ziekenhuizen kijk, zie ik dan artsen die op háár lijken?

Vrouwen domineren al jaren de instroom van geneeskundestudenten. Dankzij pioniers zoals Aletta Jacobs, die in 1877 als eerste vrouw haar artsexamen aflegde, zijn er nu veel vrouwelijke artsen. Maar de meesten van hen zijn wit. Mijn dochter is niet alleen een jonge vrouw, maar ook Moluks-Nederlands en van kleur. Net als de presentatrice van het Jeugdjournaal jaren terug.

Dit brengt me bij een belangrijke vraag: als we vechten voor gelijke rechten voor vrouwen, bedoelen we dan werkelijk álle vrouwen? De emancipatiebeweging heeft historisch vooral witte vrouwen bevoordeeld. In het bedrijfsleven zie ik een soortgelijk patroon. Als ik management- en directieteams begeleid in inclusief leiderschap, zie ik vaker genderdiversiteit ontstaan. Maar deze teams bestaan grotendeels uit witte mannen en vrouwen. Vrouwen van kleur ontbreken vrijwel volledig in topfuncties.

Echte gelijkheid vereist een intersectionele benadering. Intersectionaliteit betekent dat verschillende vormen van discriminatie of privilege (zoals huidskleur, geslacht, klasse en seksuele oriëntatie) elkaar beïnvloeden. Dit concept werd eind jaren ’80 geïntroduceerd door Kimberlé Crenshaw, een zwarte Amerikaanse rechtsgeleerde en activiste.

Crenshaw illustreerde dit aan de hand van een rechtszaak uit de jaren ’70. Emma DeGraffenreid, een zwarte vrouw, klaagde General Motors (GM) aan wegens discriminatie. De rechter wees haar claim af: GM had immers zowel zwarte werknemers als vrouwelijke werknemers in dienst. Wat de rechter niet erkende, was dat alle zwarte werknemers mannen waren en alle vrouwen wit. Zwarte vrouwen werden op twee fronten uitgesloten: door racisme én seksisme.

Dit fenomeen is niet nieuw. In 1851 hield de uit slavernij ontsnapte activist Sojourner Truth een krachtige toespraak tijdens een vrouwenprotest in Ohio: “Ain’t I a Woman?” Ze wees erop dat de feministische beweging de witte vrouw als norm hanteerde en zwarte vrouwen buiten beschouwing liet (bron: OneWorld).

In Nederland bracht Gloria Wekker, emeritus hoogleraar Gender & Etnicity, in 2001 intersectionaliteit onder de aandacht en noemde het kruispuntdenken (intersect betekent kruispunt). Volgens haar betekent intersectionaliteit dat je altijd op zoek gaat naar de samenhang tussen verschillende vormen van ongelijkheid. Of, zoals cultuurhistoricus Nancy Jouwe zegt: “Het bepaalt hoeveel of weinig macht iemand heeft, afhankelijk van factoren als kleur, klasse, seksualiteit, leeftijd en religie.”

Een treffend voorbeeld van hoe privilege werkt, is te zien in de erkenning van theorieën over ongelijkheid. Joris Luyendijk schreef “De zeven vinkjes”, een boek over hoe mannen zoals hij de maatschappij domineren. Zijn werk is gebaseerd op de theorie van Crenshaw en Wekker, beide zwarte vrouwen.

Wanneer ik tijdens lezingen vraag wie Crenshaw of Wekker kent, blijven handen omlaag. Maar bij de naam Luyendijk gaan ze massaal de lucht in. Dit illustreert hoe witte mannen vaak meer erkenning krijgen dan vrouwen van kleur, zelfs als ze over hetzelfde onderwerp schrijven.

Luyendijk had een sterke bondgenoot kunnen zijn door Crenshaw en Wekker expliciet te erkennen als de grondleggers van intersectionaliteit. Zijn boek benadrukt immers hoe witte mannen de status quo in stand houden. Maar door deze zwarte vrouwen niet te benoemen, eigende hij zich hun werk toe en droeg hij bij aan de ongelijkheid die hij zelf aankaart.

Willen we écht strijden voor gelijke rechten van alle vrouwen, dan moeten we intersectioneel denken en handelen. Hier zijn enkele stappen die daarbij helpen:

  1. Wees een bondgenoot. Witte mannen én vrouwen kunnen zich actief inzetten voor vrouwen van kleur.
  2. Maak racisme net zo bespreekbaar als seksisme. Beide vormen van discriminatie zijn onlosmakelijk verbonden.
  3. Onderzoek je eigen privileges. Wie profiteert van de status quo, en wie wordt uitgesloten?
  4. Erken wit privilege. Dit betekent niet dat witte mensen geen uitdagingen kennen, maar dat huidskleur geen extra obstakel vormt.
  5. Verdiep je in intersectionaliteit. Er is genoeg informatie online te vinden.
  6. Vraag wie onbedoeld over het hoofd wordt gezien. Bij werving en selectie, maar ook in de media en besluitvorming.
  7. Bespreek niet alleen vrouwenrechten, maar ook mannelijkheid. Hoe draagt de definitie van mannelijkheid bij aan ongelijkheid?
  8. Bespreek niet alleen discriminatie van mensen van kleur, maar ook de witte norm. Wie wordt als standaard gezien en waarom?

Als mijn dochter straks oncoloog is, hoop ik dat ze jonge meisjes van kleur inspireert, net zoals de presentatrice van het Jeugdjournaal dat bij haar deed. Maar voor die toekomst moeten we nu het werk doen: strijden voor échte inclusie en gelijkheid, niet alleen voor sommige vrouwen, maar voor álle vrouwen.

Ruth Nahumury-van de Poll

Ruth is oprichter en eigenaar van No Labels Inc. Diversiteit en inclusiviteit lopen als een rode draad door haar leven heen. Ruth is bevlogen, scherp en gedreven, met een idealistische kijk op de wereld. Ruth is opgeleid in Internationaal HR Management en Intercultureel Teamcoaching en is jarenlang recruiter geweest. Het is haar persoonlijke missie om een werkomgeving te creëren waar de mens, en niet het label, centraal staat. Een werkomgeving waar wit en zwart, man en vrouw, jong en oud, hetero-, homo- bi- en transseksueel, beperkt en minder beperkt met elkaar samen werken op een manier waarbij iedereen zich gezien en gewaardeerd voelt.

Leave a Reply